Tijdens mijn studie ben ik er achter gekomen waar mijn interesse ligt binnen de opleiding “Kunst en Techniek”, namelijk video/film. Tijdens mijn IF’s wil ik mij hier op gaan richten zodat ik meer te weten kom van dit vak. Tijdens deze IF (IF2) richt ik mij op het eind bewerken van een video/film, met met name de beeldgrammatica als hoofddoel. Waar ik voorheen mijn lassen beaamde met het argument dat ik dat mooi vond. Wil ik na deze IF duidelijke keuzes kunnen maken waarom ik een knip zet en welke knip ik zet.

In deze eerste blog, kijk ik naar de verschillende soorten “cuts” die er worden gebruikt.

 

1) The Standard:

Dit is de directe overgang van beeld naar beeld, zonder enige vorm van overgang.
Deze overgang heeft weinig visuele betekenis. Het insinueert wel dat het beeld wat vervolgt direct aansluit qua tijd op het beeld ervoor.

2) Jump Cut:

De Jump Cut is een ideale manier om tijdsprongen te maken. Het houdt in dat de twee beelden die na elkaar gemonteerd worden het zelfde onderwerp tonen, enkel met tijdsverschil.
Hierdoor creeer je een spring effect. Dit dient wel bewust gekozen te worden bij de stijl van een film, anders lijkt het al snel een montage fout.

3) L-cut/J-cut

Wanneer beeld en geluid tegelijk wisselen noemt men dit een harde las. Om een mooie vloeibare montage te maken is het soms prettig om gebruik temaken van een “verschoven” las. Dit houdt in dat het geluid en het beeld niet tegelijk wisselt. In de meeste gevallen wordt ervoor gekozen om het geluid eerder te laten wisselen dan het beeld. Dit wordt ook wel de “J-cut” genoemd. Aangezien de knip in het bewerkingsprogramma op de letter J lijkt. Wanneer je het geluid later doet overvloeien dan het beeld wordt dit een “L-cut” genoemd.

screen-shot-2012-10-16-at-9-38-44-pm screen-shot-2012-10-16-at-9-39-25-pm

4) Cutting on Action:

Zoals de naam al doet vermoeden, knip je bij deze techniek in de actie ipv in de rustige stukken. Hoe meer actie er in het beeld is, hoe moeilijker de knip te zien is voor het oog.
Hierdoor creeer je een betere flow in je film/video.

5) Cutaways:

Bij een cutaway knip je het beeld van het hoofdonderwerp naar een ander shot, om bijvoorbeeld de omgeving in kaart te brengen of om spanning te creeeren.

6) Cross-Cut:

Bij een Cross-Cut wissel je tussen 2 of meerdere scenes die zich tegelijk aspelen op verschillende locaties. Hierdoor kun je meerdere verhalen tergelijketijd vertellen.

7) Match Cuts:

Bij deze techniek zorg je er voor dat de 2 beelden die elkaar op moeten volgen matchen bij elkaar. Hierdoor creeer je een bepaalde flow.

 

Van veel van deze “cuts” wist ik het bestaan al wel en heb ik ze zelf ook wel eens toegepast. Enkel wist ik niet dat deze ook erkend waren met een naam en waarom ze gebruikt worden.

(bron: https://www.premiumbeat.com/blog/8-essential-cuts-every-editor-should-know/)