Time-lapses:
Om een montage vlotter te maken kan je gebruik maken van “time-lapses” (gaten in de tijd). Er zijn twee verschillende soorten time-lapses, eentje binnen in een scene en eentje tussen twee scènes in. Bij amateur films zie je te vaak de verplaatsingen van het personage van A naar B. Dit komt doordat de scenarioschrijver denkt dat het publiek anders niet snapt hoe het personage op de locatie komt. Een goed voorbeeld van een time-laps is bijvoorbeeld een personage die een trap oploopt. Het is oninteressant voor het publiek om het personage volledig de trap op te zien lopen. Een oplossing is bijvoorbeeld door het personage in het eerste shot de eerste treden op te laten lopen het beeld uit, om vervolgens in het tweede shot hem/haar boven aan de trap het beeld weer in te zien lopen. Hierbij creëer je een tijd sprong, zonder dat het publiek het gevoel heeft iets gemist te hebben. Wanneer het personage niet het beeld uitloopt zou je dit ook kunnen oplossen met een cutaway.
Veelal wordt bij een time-lapse verstaan dat een camera voor een lange tijd (kan een paar uur of een dag etc.) een scenario filmt. Welke vervolgens heel snel afgespeeld wordt. De time-lapse waar ik hier op doel laat dus letterlijk stukken in de tijd weg, die niet belangrijk zijn voor het verhaal.
