Tijdens de montage moet de editor snijden in het beeld. Dit houdt in dat de editor bepaald tot hoelang een shot duurt voordat deze overloopt naar een ander shot, dit moment wordt ook wel een las genoemd. Een goede editor zal nooit zomaar een las zetten in een beeld.
Waarom snijden?
Bij elke las moeten de editor(s) en de regisseur de goede redenen kennen om een las te plaatsen. Een aantal redenen kunnen bijvoorbeeld zijn:
Praktische redenen:
– Een sceneovergang
– In beeld houden van bewegende personen of objecten
Dramatische redenen:
– Iets anders laten zien (bijv. luisteraar i.p.v. spreker)
– Het publiek anders naar het getoonde laten kijken (close op een object bijv.)
– Betrekkingsaspect bewerkstelligen
– Oninteressante stukken verwijderen
Vormredenen:
– Beelverversing (het shot staat te lang)
– Persoonlijke stijl (bijv. voelbare lassen of tempo montage)
Wanneer snijden?
Dit is uitgaande van een continue montage, met onopvallende lassen.
– Stil moment:
Doormiddel van lassen te plaatsen in shots waar weinig tot geen beweging zichtbaar is creëert een vorm van rust. Enkel wil het geval dat deze lassen zeer
opvallend zijn, door dat het stille beeld wordt onderbroken.
– In een beweging:
Bij een bewegend shot veranderd er continu van alles in het beeld, hierdoor valt een verspringing naar een ander shot dus minder goed op. Een goede
timing kan er zelfs voor zorgen dat de las helemaal niet wordt opgemerkt door het publiek. Wanneer je een las legt in een bewegend shot, dient de beweging
overgenomen te worden in het daarop volgende shot. Wanneer je dit niet doet krijg je een hele opvallende las. Kortom, een las bij een bewegend beeld valt niet op wanneer het volgende shot meebeweegt. Is dit niet het geval dan zal de editor wachten tot het beeld tot stilstand komt of het bewegende onderdeel uit de scene verdwijnt.
Wanneer je van een close naar een wijd shot gaat, moet je soms een paar beelden terug in de beweging gaan. Dit komt doordat bij een close up de bewegingen groter lijken. Op deze manier creëer je de illusie voor de kijker dat het beter overvloeit terwijl dit dus niet gebeurd. Van wijd naar close geld dit zelfde principe maar dan andersom.
– Vlak voor een reactie
Een reactie is van belangrijker om te zien dan een actie, ook voor het dramatische effect kan het belangrijk zijn om een reactie in beeld te brengen.
– Niet binnen camerabeweging
Normaliter is het niet gebruikelijk om in een camerabeweging een las te zetten. Wanneer je dit wel doet creëer je een onnatuurlijk effect en een duidelijk voelbare las. Een uitzondering kan bijvoorbeeld zijn wanneer je spanning en hectiek wil creëren in een scene. Belangrijk is dan wel dat de camera bewegingen van de 2 shots op elkaar aansluiten.
Bij het continue montage moet de editor zich continu afvragen: Waar moet ik de las leggen? Om een zo soepel mogelijke overgang te creëren. Voor deze vraag is het “aandachtspunt” uitgevonden.
Conclusie:
Er zijn heel veel soorten lassen waar ik nog lang niet allemaal van op de hoogte ben. Om mijn eindproduct goed te kunnen verantwoorden is dit een belangrijk onderdeel voor mij om goed op door te leren. Aangezien ik bij elke las moet kunnen verantwoorden waarom ik die keuze heb gemaakt. Hoe meer ik van de verschillende soorten lassen en de redenen er achter ken. Hoe beter ik mijn verhaal kan vertellen door middel van beeld. Zonder dat de kijker gedesoriënteerd raakt.
(Lievaart, R. (2012). Films maken. 1st ed. Amsterdam: QQleQ Dramaprodukties.)

