Witbalans:
Doormiddel van de witbalans kan je de accuraatheid van de kleuren bepalen, hiermee kan je kleuren ook warmer en lichter maken. Het is belangrijk de witbalans goed in de gaten te houden anders kan het beeld compleet vervreemden van de realiteit.
Hoe werkt het?
Bijna alle camera’s hebben tegenwoordig de optie om de witbalans automatisch (AWB) of handmatig in te stellen. Het automatische witbalansen is voornamelijk buitenshuis toe te passen met reĆ«el daglicht. Wanneer jij je intern begeeft met bijvoorbeeld veel gloeilampen dan is dit al sterk af te raden.
Ook zullen de meeste camera’s voorzien zijn van een bepaald aantal pre sets. Dit zijn voorgeprogrammeerde standen waarmee je snel kan switchen van setting.
Auto: Wordt voornamelijk gebruikt door mensen die zich geen raad weten met de instellingen. Het kan ook goed gebruikt worden wanneer je juist in de nabewerking meer invloed op het beeld wil uit oefenen.
Daglicht: Deze instelling is zoals de naam al zegt gericht op daglicht, ondanks dat er een instelling daglicht op zit wordt de auto setting nog veel gebruikt voor daglicht. Dit komt voornamelijk door het switchen van locaties, wat bij de autostand minder een probleem is dan bij de daglicht stand.
Schaduw: De schaduwstand zorgt ervoor dat het beeld wat koeler wordt in de schaduw.
Bewolkt: Deze optie doet het zelfde als bij schaduw, enkel dan voor bewolkte situaties.
Kunstlicht: Deze optie is prima te gebruiken wanneer je binnen zit, met veel gloeilampen. De automatische stand zal de beelden waarschijnlijk te warm (te oranje) maken. Terwijl de kunstlicht stand het beeld realistisch houdt.
Fluorescerend: Deze setting is geschikt voor felle belichtingen zoals TL belichting, welke vaak op kantoren of ziekenhuizen te zien zijn.
Flits: De belichting van de flits is wat aan de koele kant, deze setting zorgt ervoor dat die koelheid gecompenseerd wordt.
Custom: Deze setting is vrij om door de gebruiker zelf ingesteld te worden.
Deze instellingen zorgen ervoor dat de camera weet hoeveel kleurcorrectie het moet toepassen. De gebruikte kleurtemperatuur wordt aangegeven in Kelvin.
Wanneer gebruik je welke instelling:
– De autostand is prima te gebruiken voor mensen die de belichting nog onder de knie moeten krijgen. Ook is deze optie geschikt wanneer je in de nabewerking de kleuren wilt aanpassen.
– De presets zijn natuurlijk ook prima te gebruiken, zodra je de setting aanpast naar de situatie. Helemaal 100% realistisch beeld zal je hier waarschijnlijk niet mee bereiken.
– De custom stand is de meest populaire onder professionals, het nadeel is dat dit veel tijd vergt en dat je altijd een grijskaart bij je moet hebben.
– Doormiddel van een lichttemperatuur meter kun je het meest accuraat je instellingen aanpassen, het nadeel is dat dit een zeer dure optie is.
– In RAW filmen, dit geeft je de optie om alle kleurinstellingen tijdens de nabewerking aan te passen.
(bron:https://www.photofacts.nl/fotografie/rubriek/basiskennis/witbalans_onder_de_knie_in_4_stappen.asp)

