Wat is precies montage?
Tijdens het montage proces, worden de beelden die geschoten zijn uitgekozen en tot een geheel samen gevoegd. Op deze manier creëer je dus een verhaal val meerdere beelden die elkaar opvolgen.

De montage is dus het gedeelte van een productie waar alles tezamen wordt gebracht. Tijdens dit proces komt men er ook vaak achter dat niet alles helemaal op z’n plek valt als gepland. Er wordt ook wel eens gezegd dat de laatste versie van het scenario in de montagekamer wordt geschreven. Vooral bij documentaires is dit het geval, maar ook wel eens bij een compleet geregisseerde speelfilm.
Een goede editor dient alle onderdelen van het decoupage te kennen, de editor moet de acteerprestaties, geluid, licht en de compositie kunnen beoordelen. Daarnaast is een editor vaak heel technisch, aangezien deze bekend moet zijn met vele montagesystemen.

Montageprincipes:
In speelfilms wordt er vrijwel altijd gebruik gemaakt van een “continue montage”. Dit houdt in dat de beelden zo gemonteerd zijn dat het lijkt alsof bepaalde scènes in een keer gefilmd zijn, en het dus niet zichtbaar is dat het meerdere shots zijn die achter elkaar geplakt zijn. De “las” (overgang van het ene shot naar een ander shot) wordt doorgaans zo onopvallend mogelijk geplaatst, waardoor je soepele overgangen creëert.
Dit worden ook wel “niet-voelbare” lassen genoemd. Dit houdt dus in dat de lassen niet verspringen en zo natuurlijk mogelijk over vloeien. Bij “voelbare” lassen is dit weer precies andersom. Hierbij is het juist dat het beeld verspringt, als kijker merk je ook dat er iets niet klopt. Een voelbare las kan bijvoorbeeld zijn dat het vervolg shot over de las heen gaat, of dat de persoon in het eerste shot staat en het volgende shot in een keer zit. Voelbare lassen worden voornamelijk gebruikt om drama te creëren, om een voelbare las in een scene te zetten moet je heel goed weten waar je mee bezig bent en waarom je er voor kiest om een voelbare las te plaatsen. De enige voelbare las waar je niet aan ontkomt, is een las waarin je van scene verspringt. Tevens is dit ook een belangrijke, aangezien de kijker dan direct door heeft dat je van locatie veranderd om verwarring te voorkomen.

Continuïteit:
Het is heel moeilijk om een volledige continuïteit te creëren. Zelfs als er met twee camera’s gefilmd wordt lukt dit niet altijd. Aangezien er vaak ook stukken weggelaten moeten worden. Wanneer het aandachtspunt in het vervolg shot een andere houding aan neemt, is dit storend. Dit kan je oplossen doormiddel van een “cutaway”. Houd er wel rekening mee dat de cutaway wel een rol speelt in het geheel. Wanneer de continuïteit fout ligt bij iets waar men de aandacht niet direct op focust, zal het publiek dit dan ook niet vernemen.

Bij documentaires is de continuïteit minder van belang, aangezien het publiek bij voorbaat al weet dat een documentaire een aan elkaar geplakte realiteit is. Bij overige producties is het ook niet altijd te realiseren om een goede continuïteit te behouden. Het is wel belangrijk dat je voor de montage voor jezelf besluit welke stijl je toe wil passen. Zodat het toch een geheel blijft.

 

editing

 

(Lievaart, R. (2012). Films maken. 1st ed. Amsterdam: QQleQ Dramaprodukties.)